
Wat gisteren echt schreinend om te zien was, was de onderlinge irritatie en het totale gebrek aan urgentie. Spelers hielden veel te lang de bal bij zich (Breij, Griffith) of speelden kansloze balletjes op zij of naar achteren (Beerten, Muller). Veel te weinig werd er diepte gezocht of werd er eens een steekballetje gegeven. Volgens mij zit dat allemaal in de opdrachten van de trainer. De wedstrijd controleren, blijven opbouwen, tot er een gaatje komt. Seedorf viel dramatisch in, maar dat was de enige speler die nog eens iets verrassends deed. Daar veerde het team altijd kortdurend even van op. De enige speler met dreiging naar voren en in de diepte was Janssen, maar die mocht na krap een uur inrukken. Op de flank bij Kruiver lag er ook voortdurend ruimte, maar die bleef om de een of andere reden steeds rond de middenlijn hangen en stond dan bijna in de dekking bij Griffith. Een aantal momenten zag je gewoon de vertwijfeling bij de speler aan de bal en durfden ze geen risico in het spel te leggen. Maar wat wil je met twee controlerende middenvelders in de as, die allebei een totaal gebrek aan voetballend vermogen hebben. Geen van die twee kan het spel maken.