Nieuws
De column van ’t Lempsje: Sok incognito

De column van ’t Lempsje: Sok incognito

Als niet-carnavalist even een beetje vrije tijd voor een nieuwe column. Inspiratie vormt toch de carnaval en de leuke "einzelgängers" in de Kerkraadse optocht.

Het begint al even voor de elfde november en er wordt halsreikend naar uitgekeken: de start van het carnavalsseizoen. Wekenlang geeft de Limburgse zender L1 al aankondigingen van festiviteiten op het Vrijthof. En voor wie het dan nog niet weet, doen kranten en radio nog een extra duit in het zakje. Carnaval is nou eenmaal voor menigeen de belangrijkste zaak op aarde om volledig gelukkig te worden. En dat van begin november tot ver na Halfvasten. En dat is toch al bijna een half jaar lang. Daarna begint de tijd van nadenken over het pakje van carnaval voor het komende seizoen. Mensen willen wel aanwezig zijn, maar soms niet herkend worden en dat was ooit het uitgangspunt van de Vastenavond: nog even uit je bol gaan en een ander, incognito, met een pakje en geschminkt gezicht, in de maling nemen.

Voetbal is eigenlijk niet anders. Ook voetbal is de belangrijkste gebeurtenis op aarde en in vergelijking met carnaval, de lotto of de Staatsloterij heb je iedere week de kans op de hoofdprijs. Menig voetbalsupporter gaat, al dan niet, verkleed naar het stadion of laaft zich tenminste met één echt supportersattribuut om zich te melden bij de poorten van het Walhalla, thuis of uit. Men wilt tenslotte laten zien dat men er óók bij hoort. Supporters van de tegenpartij zijn met hun attributen enkel welkom in het uitvak. Kopen zij een kaartje voor een ander vak, worden zij gemaand bij het betreden van óns Walhalla incognito te verschijnen, dan wel hun attributen zodanig te verwijderen dat er geen aanstoot aan genomen kan worden door omstanders. Het lont mag niet in het kruitvat worden gestoken. En dat is eigenlijk best jammer. Met carnaval zijn noorderlingen, zeg: de mensen van boven de lijn Borgharen-Gulpen-Hoensbroek, van harte welkom om mee te komen vieren en zich te goed te doen aan onze culturele uitspatting van zes maanden, maar in het voetbal is dat voor negentig minuutjes blijkbaar dan wel schijnbaar, een onmogelijkheid.

In het verleden besteedde ik veel tijd aan mijn uitrusting en uitdossing als ik naar het voetbal ging. Ik herinner mij nog een wedstrijd Roda JC – FC Eindhoven aan het begin van de zeventiger jaren, waarbij ik twee paar sokken aan had (geel en zwart) omdat er nog geen Rodasokken bestonden. Met de broekspijpen op halve hoogte, een zelfgemaakte vlag om mijn nek en een zelfgebreide sjaal om linker- én rechterpols toog ik (puber van 13 jaar) met mijn oom , een Eindhovenaar en dus supporter van de plaatselijke FC, naar Kaalheide, om te laten zien dat ík erbij hoorde. In Kerkrade hoef je namelijk niet incognito. Later heb ik ervaren dat niet iedereen gediend was van mijn passie. Reed ik in my hometown rond met een auto vol Rodastickers, sjaals, vaantjes… als ik naar Rotterdam of Maastricht moest werd alles, maar dan ook álles, verwijderd om deuken en krassen te voorkomen. Een keer ben ik een vaantje vergeten in onze provinciehoofdstad. U kunt wellicht nu raden hoe ik mijn vehikel heb teruggevonden. Laat ik het zo uitdrukken: gelukkig was het een oud beestje…

Ga ik dan sinds die tijd incognito door het leven als Rodasupporter?
Nee, dacht het niet!!! Ik heb in ruim vijftig jaar een weg gevonden: twee vaantjes in de auto, een sjaal en pet tijdens de wedstrijden en: áltijd Rodasokken aan. Je koopt ze voor vijf eurootjes bij Lonny en Pierre en ik heb er al jarenlang plezier van. Zelfs mijn kleinkinderen hebben zulke sokjes gedragen meteen na hun geboorte, want ja, je moet toch ergens beginnen met opvoeden. Daarnaast draag ik een zilveren Rodamedaille om mijn nek. Ook áltijd. En het is dat mijn vrouw mij toch heeft verboden een Rodatattoo te laten zetten, want anders…
Met mijn sokken heb ik menig keer groot succes en krijg ik de lachers op mijn hand. Misschien ben ik wel dagelijks een supporter incognito, maar ik heb wel 356 dagen (Roda)carnaval.

't Lempsje

Bron: